Julie Moss

Veel mensen vinden de prestatie die triathleten leveren, zeker op een hele triathlon, van een uitzonderlijk formaat, een bijna onmenselijke prestatie. Deze legendarische status heeft de triathlonsport mede te danken aan beelden van de finish van Julie Moss. Zij vertelt hier in een interview over dat triathlons vroeger bijna werden gezien als een “freakshow”. Tegenwoordig wordt de sport populairder en mede dankzij het ontstaan van de kortere afstanden meer “mainstream”.

Julie Moss

Julie Moss is een atlete geboren op 15 oktober 1958. Aanvankelijk deed zij, op 23-jarige leeftijd, mee aan de hele triathlon in 1982 voor haar proefschrift fysiologie. Tijdens een later interview heeft ze ook gezegd dat het ook een mooi excuus was voor een vakantie in Hawaii ?. Na deze triathlon volgden er nog vele andere triathlons. In 2017 nam ze weer deel aan de Iron Man, dit keer in Texas, op 58-jarige leeftijd. Ze verbeterde daar haar tijd van haar eerste triathlon in 1982 (11:10) en kwam over de finish in 10:46. Samen met haar Mark Allen heeft ze een zoon gekregen, Mats Allen, die in de voetsporen is getreden van zijn ouders en ook actief is als triathleet. Ook heeft ze een boek geschreven over haar leven en haar sportieve ervaringen die haar hebben gemaakt tot wie ze nu is.

De beroemde beelden

De beroemde beelden van Julie Moss die naar de finish strompelde en kroop waren opgenomen tijdens de Iron Man Hawaii in 1982. Deze beelden gingen de hele wereld over. Aan het eind van de wedstrijd kreeg de triathlete Julie last van krampen door dehydratie. Ze had de leiding in de wedstrijd met een flinke voorsprong. Door de vermoeidheid, ondervoeding en dehydratie werd ze voor de finish ingehaald door Kathleen McCartney.

Meer legendarische beelden van atleten die afzien

De beelden van Julie Moss zijn niet de enige beelden van atleten die moesten afzien, die heel de wereld over gingen en ongetwijfeld heel wat kreten en open monden hebben veroorzaakt. In 1995 werden er legendarische beelden gemaakt van Paula Newby Frazier en in 1997 van Sian Welch en Wendy Ingraham.